Dubbele standaarden in de wereld: waarom islam vaak collectief wordt veroordeeld

In de wereld van vandaag zien we een gevaarlijke dubbele standaard in de manier waarop religies en bevolkingsgroepen worden behandeld. Moslims wereldwijd worden vaak collectief verantwoordelijk gehouden voor de daden van een kleine groep extremisten, terwijl dit onderscheid niet wordt gemaakt bij andere religies of groeperingen. Deze scheve benadering versterkt niet alleen negatieve stereotypes, maar draagt ook bij aan verdeeldheid en polarisatie.

Het probleem van collectieve schuld

Wanneer extremistische groepen geweld plegen in naam van de islam, wordt de hele moslimgemeenschap vaak ter verantwoording geroepen. Politieke leiders, media en opiniemakers vragen moslims om zich voortdurend te distantiëren van geweld dat zij nooit hebben gesteund. Dit gebeurt ondanks het feit dat de kernwaarden van de islam, zoals vrede, gerechtigheid en mededogen, lijnrecht tegenover dergelijke daden staan.

Ironisch genoeg wordt ditzelfde principe niet toegepast op andere religies of groeperingen. Wanneer de Israëlische regering oorlogsmisdaden pleegt in Palestina, zoals het afsluiten van water en voedsel, het bombarderen van ziekenhuizen en scholen, en het doden van duizenden kinderen, wordt dit niet gekoppeld aan het jodendom of de joodse gemeenschap. Evenzo worden christenen niet verantwoordelijk gehouden voor koloniale uitbuiting of hedendaags extremisme door groepen die zich als christelijk profileren. Waarom wordt de islam dan anders behandeld?

De rol van media en politiek

Deze dubbele standaard wordt versterkt door media en politieke discours. Westerse media zijn vaak schuldig aan het herhalen van negatieve stereotypes. Termen zoals “islamitisch terrorisme” zijn wijdverbreid, terwijl soortgelijke daden door niet-moslims zelden worden gelabeld als “christelijk terrorisme” of “joods terrorisme.” Dit framingprobleem zorgt ervoor dat islam en geweld onterecht aan elkaar worden gekoppeld in het collectieve bewustzijn.

Politiek speelt ook een rol. Westerse regeringen hebben moslimlanden vaak gestigmatiseerd als onderdeel van geopolitieke strategieën. Door conflicten en instabiliteit in islamitische landen te presenteren als inherent verbonden met religie, wordt buitenlandse interventie gelegitimeerd. Dit versterkt de perceptie dat de islam als religie problematisch zou zijn, terwijl de werkelijke oorzaken vaak politiek en economisch van aard zijn.

Het gevaar van deze benadering

Het collectief veroordelen van moslims heeft verregaande gevolgen. Het voedt islamofobie, leidt tot discriminatie, en creëert een gevoel van vervreemding bij moslims die in westerse samenlevingen leven. Het verdeelt gemeenschappen, terwijl het echte problemen, zoals armoede, politieke instabiliteit en sociale ongelijkheid, onopgelost laat.

Bovendien leidt het af van de werkelijke daders van geweld en onderdrukking. Wanneer de Israëlische regering oorlogsmisdaden pleegt, is het belangrijk om deze daden te benoemen en de verantwoordelijken ter verantwoording te roepen. Dit is geen aanval op het jodendom of Joden wereldwijd, maar een legitieme kritiek op de acties van een staat. Net zoals kritiek op extremistische moslims geen aanval is op de islam, en kritiek op het Westen geen haat tegen christenen betekent.

Moslims maken het onderscheid, waarom anderen niet?

Een opvallend punt is dat moslims vaak zelf dat onderscheid wél maken. De overgrote meerderheid van moslims wereldwijd veroordeelt geweld en extremisme, en maakt onderscheid tussen religieuze waarden en politieke acties. Dit is in lijn met de kernprincipes van de islam, die vrede en gerechtigheid benadrukken.

Toch maken veel westerse samenlevingen dat onderscheid niet terug. Islam wordt vaak gezien als één homogene entiteit, en moslims worden gestigmatiseerd als een collectief. Dit leidt tot de onterechte verwachting dat zij zich telkens moeten verantwoorden voor daden waar zij niets mee te maken hebben. Tegelijkertijd wordt er weinig gesproken over de verwoestingen in Gaza en de oorlogsmisdaden van Israël, terwijl dit wereldwijde verontwaardiging zou moeten oproepen.

Hoe kunnen we dit oplossen?

Het aanpakken van deze dubbele standaard begint bij bewustwording en eerlijkheid. Kritiek op een staat of een groep moet altijd gebaseerd zijn op feiten en acties, niet op religieuze of culturele stereotypering. Hier zijn enkele stappen die we kunnen nemen:

1. Framing veranderen in media: Het gebruik van termen zoals “islamitisch terrorisme” moet stoppen. Geweld moet worden besproken in termen van politieke en sociale oorzaken, niet religieuze.

2. Onderwijs en bewustwording: Door het onderwijzen van religies en hun diversiteit kan onwetendheid en angst worden verminderd. Mensen leren onderscheid maken tussen religieuze principes en de daden van individuen.

3. Gelijke behandeling eisen: Net zoals kritiek op Israël niet als antisemitisme moet worden beschouwd, mag kritiek op extremisme niet worden gebruikt om de hele islam in een negatief daglicht te stellen.

4. Verantwoording afdwingen bij regeringen: Overal waar misdaden worden gepleegd – of dat nu in Palestina, Oekraïne of elders is – moeten regeringen ter verantwoording worden geroepen zonder onderscheid of dubbele standaarden.

Conclusie

De wereld kan geen vooruitgang boeken zolang religieuze en culturele groepen collectief verantwoordelijk worden gehouden voor de daden van een paar individuen. Moslims maken dat onderscheid al: zij zien de daden van extremisten niet als representatief voor hun geloof. Het is tijd dat dezelfde eerlijkheid wordt toegepast op de islam, net zoals op andere religies. Alleen door dubbele standaarden te doorbreken, kunnen we streven naar rechtvaardigheid en vrede.

Copyright © 2024, The Gazete 24.

Dit artikel mag niet worden gereproduceerd, verspreid of aangepast zonder schriftelijke toestemming van de auteur.


Discover more from The Gazete 24

Subscribe to get the latest posts sent to your email.

Leave a comment

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.